Doelstelling

 

De Vereniging voor Sociale Huisvesting heeft tot doel de studie en de promotie van het sociaal huisvestingsbeleid dat door de openbare instellingen en instellingen van openbaar nut op nationaal, regionaal of lokaal vlak gevolgd wordt. Tevens staat de Vereniging in voor specifieke dienstverlening aan haar leden inzake praktische beheersproblematiek.

 

Historiek en Organisatie

 

Onder impuls van de heer B. de Grunne, directeur van de Vereniging van Belgische Steden en Gemeenten en van de heer C. Crappe, secretaris-generaal van het Nationaal Instituut voor de Huisvesting, kwamen op 29 april 1961 een aantal leidende figuren van door de Nationale Maatschappij voor de Huisvesting erkende bouwmaatschappijen en van door de ASLK erkende kredietmaatschappijen samen met de bedoeling een vereniging op te richten die zou ijveren voor de studie en de promotie van de sociale huisvestingspolitiek van de openbare besturen of van de instellingen van openbaar nut op nationaal, regionaal, sub-regionaal of lokaal vlak.

 

De eerste Algemene vergadering van de Vereniging vond plaats op 22 februari 1963 onder het voorzitterschap van de heer volksvertegenwoordiger R. LOOS uit Antwerpen.

 

Het Directiecomité was bovendien samengesteld als volgt :

 

Ondervoorzitters :

 

Leden :

 

Het secretariaat van de Vereniging werd toevertrouwd aan een ambtenaar van het provinciaal bestuur van Brabant, de heer Hikketik.

 

In de maand januari 1964 publiceerde de Vereniging de brochure "De voorwaarden tot het verwerven en het in huur nemen van sociale woongelegenheden".

 

Op 25 februari 1964 besliste de Raad van bestuur twee afdelingen te organiseren : een voor de bouwmaatschappijen en een voor de kredietmaatschappijen.

 

In september 1967 werd Jan Claes, ambtenaar bij de Vereniging van Belgische Steden en Gemeenten, aangesteld als deeltijds secretaris.

 

Vanaf 1979 werd een interne reorganisatie doorgevoerd ten einde rekening te houden met de bestuurlijke regionalisering die, in 1990 zou leiden tot een nog veel diepgaander herstructurering.

 

Immers, in 1988 werd een brede raadpleging georganiseerd bij de leden ten einde naar hun reacties te peilen over een aantal grote lijnen van een geplande hervorming. Bij die gelegenheid werd ook het probleem van de financiering van de Vereniging gesteld. Op basis van de bekomen resultaten heeft een bijzondere werkgroep zich bezig gehouden met het zoeken naar de meest aangepaste oplossing voor een mogelijke hervorming.

 

Die grote lijnen vertrokken van de vaststelling dat zowel de bouw- als de kredietmaatschappijen een gemeenschappelijke doelstelling hebben, hoewel met een verschillende activiteit, nl. de sociale rol die hen door de wetgever werd toebedeeld.

 

Bovendien was de VSH de laatste organisatie op nationaal vlak die de activiteiten inzake sociale huisvesting groepeerde.

 

Een buitengewone Algemene vergadering, samengekomen op 12 juni 1990, heeft de nieuwe tekst van de statuten goedgekeurd waardoor de VSH voortaan zes afdelingen telde, waaronder de afdeling "Bouw", samengesteld door de vertegenwoordigers van de bouwmaatschappijen van het Vlaams gewest.

 

Aangezien echter bij de raadpleging van de leden, de Vlaamse bouwmaatschappijen afzonderlijk, met een lichte meerderheid, de voorgestelde herstructurering hadden afgewezen, besloten zij, onder impuls van de eigen vertegenwoordigers in de Raad van bestuur van de VSH, over te gaan tot de oprichting van een afzonderlijke VZW.

 

De door de nieuwe statuten opgerichte afdelingen beschikken over een volledige autonomie in hun werking en vaardigen één of meer vertegenwoordigers af naar de Raad van bestuur van de VSH die er zich toe beperkt op administratief vlak de VZW te beheren zonder zich te mengen in de bevoegdheden van de verschillende afdelingen.

 

Bij die hervorming werd Jan Claes aangesteld als afgevaardigd bestuurder, terwijl Franky Van Gijsel als voltijds secretaris werd aangeworven.

 

Naar aanleiding van de steeds verdergaande privatisering van de toenmalige ASLK-Bank & Verzekeringen en de daaruit voortvloeiende gevolgen voor de erkende sociale kredietvennootschappen, waarbij het bekomen van een écht sociaal product en het behoud van het eigendomsrecht over de eigen reserves ernstige twistpunten vormden, werd in 1995 door de gezamenlijke algemene vergadering van de Afdelingen Crédit en Krediet besloten het gerenommeerd studiebureau "Deminor" aan te stellen, ten einde een grondige studie uit te voeren over het statuut van de erkende kredietvennootschappen, over de sterke en zwakke punten van de sector, om de mogelijkheid te onderzoeken om de ASLK-erkenning te vervangen door een rechtstreekse gewesterkenning (huisvesting was immers al jaren een geregionaliseerde materie geworden) en om een mogelijke alternatieve financiering van de sociale koopsector uit te werken.

 

Onder impuls van de V.S.H. en Deminor besliste de federale overheid uiteindelijk om de 5 % vennootschapsbelasting ten voordele van de erkende kredietvennootschappen niet meer te laten afhangen van een ASLK-erkenning, maar dat hiervoor vanaf 1/1/2001 een gewestelijke erkenning was vereist. Elk van de drie gewesten voorzag ondertussen in een dergelijke gewestelijke erkenning, waarbij het Waals Gewest het voortouw nam.

 

Daarnaast bracht Deminor eveneens een alternatieve financieringsstructuur aan, gebaseerd op effectisering, het verpakken van kredieten in op de kapitaalmarkt verhandelbare stukken. Zowel langs Vlaamse als langs Waalse zijde werd door een (beperkt) aantal sociale kredietvennootschappen een dergelijke structuur opgezet, wat hen toeliet om een onafhankelijke financieringskoers te varen, buiten de commerciële bankinstellingen om.

 

Hoewel de V.S.H. alles in het werk stelde om aan de haar toevertrouwde opdracht te voldoen, kon niet niet vermeden worden dat de sector ernstig verscheurd raakte : voortaan bestaan er in elk gewest verschillende erkennings-, financierings- en sociale leningsvoorwaarden. Deze ingrijpende wijzigingen werden door een aantal Vlaamse kredietvennootschappen moeilijk verteerd, zodat zij beslisten per 1 januari 2002 de V.S.H. te verlaten.

 

Aktiviteiten

 

De Vereniging voor Sociale Huisvesting v.z.w. groepeert enerzijds Brusselse en Waalse openbare vastgoedmaatschappijen (sociale huursector) en anderzijds Brusselse, Vlaamse en Waalse sociale kredietvennootschappen (sociale koopsector).

 

De Waalse en de Brusselse openbare bouwmaatschappijen vormen ieder een afzonderlijke afdeling, die respectievelijk 78 (van de 100) en 23 (van de 33) maatschappijen omvat. De aangesloten maatschappijen vertegenwoordigen respectievelijk 90 % en 85 % van het totaal aantal sociale woningen van het gewest.

 

De door de gewesten erkende sociale kredietvennootschappen zijn gegroepeerd in drie afdelingen, nl. een afdeling "Krediet", een afdeling "Crédit" en een gemeenschappelijke afdeling "Automat" die een volledig pakket van informaticaprogramma's voor het beheer van de sociale leningen heeft uitgewerkt.

 

Elke afdeling heeft haar eigen huishoudelijk reglement vastgesteld, waarin de samenstelling van het directiecomité wordt geregeld en de manier waarop de vertegenwoordigers worden verkozen. Daarbij wordt vooral aandacht besteed aan de vertegenwoordiging van elke provincie en zulks meestal in functie van het aantal maatschappijen die zij telt.

 

De Brusselse en de Waalse afdelingen voor de openbare bouwmaatschappijen zijn in hun gewest erkend zowel door de Gewestelijke maatschappij voor de huisvesting als door de Gewestregering. Zij zijn in verschillende officiële organen als dusdanig vertegenwoordigd en erkend.

 

Op hun beurt zijn de Brusselse en de Waalse afdelingen van de sociale kredietvennootschappen door de respectieve Gewestregering als officiële gesprekspartner erkend.

 

De aktiviteiten van de v.z.w. Vereniging voor Sociale Huisvesting als organisatie kunnen als volgt worden samengevat :

 

de leden allerhande inlichtingen en raadgevingen verstrekken;

 

de algemene en bijzondere belangen der erkende vennootschappen verdedigen;

nauwe contacten bewaren met de verschillende regeringen en de executieven, de openbare en private organismen die zich bezighouden met sociale huisvesting en met de financiering ervan;

boeken, brochures en tijdschriften uitgeven;

de politiek voor sociale huisvesting bevorderen door het organiseren van congressen, studiedagen, colloquia en studiecommissies